De processor in de 68HC11
De processor (CPU) zorgt voor het uitvoeren van de instructies. Hiervoor zijn in de processor een aantal speciale geheugenplaatsen beschikbaar (registers), die door de processor gebruikt worden bij het uitvoeren van die instructies.
Daarnaast bevat de processor nog een aantal registers, die door de programmeur gebruikt kunnen worden. De meeste instructies werken met gegevens uit deze registers. Zo kunnen de registers geladen worden met data uit het geheugen, of gebruikt worden om een bepaalde geheugenplaats aan te wijzen.
De registers die voor de programmeur van belang zijn, staan in de
volgende figuur:
De registers zitten in de CPU zelf, en zijn dus geen onderdeel van het datageheugen of het programmageheugen. De registers hebben dan ook geen adres, zoals de geheugenlocaties in het data- of programmageheugen dat wel hebben. De registers worden bij naam genoemd in de instructies die erop werken. Wanneer een register in een instructie wordt gebruikt, is dit meestal duidelijk aan de naam van de instructie te zien. Er zijn ook registers die bij elke instructie gebruikt en aangepast worden door de CPU. |