elomax

[ Techniek ] [ Shop ] [ Site map
Wat zit er in? ] Waarom een micro? ] [ Opbouw ] Geheugen ] I/O ] Processor ] Digitaal rekenen ]

Terug
Omhoog

Waar is een micro-controller uit opgebouwd?

Een computer is opgebouwd uit drie basis eenheden:

  • processor (CPU)
  • geheugen
  • In- en uitvoer (I/O)



De processor zorgt voor het uitvoeren van het programma. Het programma is opgebouwd uit instructies die de CPU stap- voor stap vertellen wat er gedaan moet worden. De CPU kan een vastgesteld aantal instructies verwerken. De instructies die door de CPU kunnen worden uitgevoerd noemt men de 'instructieset'. Een programma is niets anders dan een lijst instructies waarin de opeenvolgende acties voor de CPU worden voorgeschreven.

Het programma is opgeslagen in het geheugen. Om te weten te komen wat er moet gebeuren wordt er door de CPU een instructie uit het geheugen gelezen. Om de juiste volgorde zeker te stellen heeft iedere geheugenplaats een vast adres gekregen. De CPU is in staat een bepaald adres 'aan te wijzen' en de informatie die zich op dat adres bevindt (in dit geval een instructie) te lezen. De CPU begint bij opstarten altijd op een vooraf bepaald adres zodat ook de programmeur weet op welke plaats in het geheugen het programma zich moet bevinden. Na het lezen van de instructie wordt deze uitgevoerd.

Er zijn bijvoorbeeld instructies die voorschrijven dat de informatie van een invoer poort gelezen moet worden, bepaalde informatie naar een uitvoer poort moet worden geschreven, gegevens in een geheugenplaats moeten worden bewaard etc. De instructies en de werking ervan zullen in de cursus uitvoerig aan bod komen.

Er is onderscheid te maken tussen het geheugen waarin de instructies staan en het geheugen dat voor de (tijdelijke) opslag van gegevens wordt gebruikt. Het programmageheugen hoeft alleen te kunnen worden gelezen (informatie onttrekken), het z.g. data-geheugen moet ook kunnen worden geschreven (voorzien van informatie).


Samengevat:

Het geheugen bevat het programma (in het programmageheugen), en gegevens waarmee het programma werkt (in het datageheugen.)

De processor (CPU) leest de instructies van het programma uit het programmageheugen, en voert volgens deze instructies bewerkingen uit op de gegevens in het datageheugen of de I/O.

De I/O verbindt de processor met de buitenwereld, waardoor de processor ook gegevens uit de buitenwereld kan lezen (Input), of naar de buitenwereld kan schrijven (Output.)


Vorige ] Volgende ]

© 2005...2008 Elomax [Voorwaarden ]